Elk land heeft een vlag.  Een vlag is enkel een rechthoekig uitgesneden stuk stof wat je omhoog kan houden of aan een stok kan bevestigen.  Juist die stukken stof en hun kleuren zijn zeer belangrijk voor ons.  Het patroon en de kleuren zijn bijzonder voor elk land.  De vlag wordt door elke landgenoot gebruikt, het is een teken dat je bij een bepaald land hoort.  De vlag toont dat we niet enkel een groep mensen zijn die op een bepaald stukje van onze aardbol wonen, maar ook als groep een natie vormen.
 We hebben het verleden samen gedeeld en zullen dat in de toekomst ook gaan doen. 
 Voor de Amerikanen is de vlag een herinnering aan hun drang naar vrijheid tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog tegen de Britten.  Voor de Fransen is hun rood-wit-blauwe vlag een aandenken aan hun revolutie, toen er gevochten werd voor de rechten van de gewone burger. 
 In de meeste landen wordt het beledigen of misbruiken van de vlag als een misdrijf aanzien.  Het verbranden van de vlag van een ander land is een verschrikkelijk iets.
 Sommige vlaggen zijn redelijk nieuw.  Rusland veranderde zijn vlag slechts enkele jaren geleden.  Sommige landen zelf zijn nog redelijk nieuw.  Neem nu landen als België en Italië, partners in de Europese Unie, toch maar enkele honderden jaren oud.
 Sommige vlaggen zijn zeer oud.  De Schotse vlag is er zo eentje.  Het verhaal achter de vlag gaat zeer ver terug.  De Schotse vlag is een zilveren kruis op een blauwe achtergrond.  Het kruis loopt van hoek naar hoek, bij ons bekend als een Sint-Andries kruis.

De vlag van Engeland is een recht kruis, rood op een witte achtergrond.
Dit is het kruis van Saint George, patroonheilige van Engeland.  

De Noord-Ierse vlag is het kruis van St. Patrick, de patroonheilige van Ierland.

De vlag van het Verenigd Koninkrijk, de "Union Jack" is samengesteld uit de Engelse, de Schotse en de Noord-Ierse vlag.
Het Schotse, St. Andrieskruis verwijst in zijn naam naar St. Andries of in de Engelse taal naar Saint Andrew.  Wie was nu die Saint Andrew?  Beter bekend als Andreas was bij een van de twaalf apostelen van Jezus Christus.  Net als Jezus werd ook hij gekruisigd.  De Romeinen aanzagen hem als een gevaarlijk man, die opruiende ideeën verkondigde bij de bevolking, zodat ze hem maar al te graag kwijt waren.  Maar Andreas vroeg om op een andere manier gekruisigd te worden dan zijn leider, Jesus.  Hij vond zich niet genoeg waard om op dezelfde manier te worden gekruisigd.
 In de tijd dat Andreas werd geëxecuteerd, was Schotland niet meer dan een ver land, onbekend voor de buitenwereld.  De enkele reizigers die van Rome uit gestuurd werden omschreven Schotland als een koud en mistig land, bewoond door een wild en ruw volk.  De Romeinen noemden het "Caledonia".  Alhoewel de Romeinse legers verschillende malen Caledonia binnendrongen, werd zijn volk nooit verslagen.
 Hoe werd Andreas de Schotse patroonheilige?
 Na de dood van Andreas, werd zijn lichaan door zijn volgelingen meegenomen om begraven te worden.  Omdat Andreas een apostel was, waardoor hij grote faam genoot, was het niet meer dan normaal dan zijn begraafplaats een trekpleister voor pelgrims zou worden die geloofden dat Andreas vanuit de hemel wel een handje zou toesteken bij het aanhoren van hun gebeden.
 Het graf van andreas bevond zich in Patrae in Griekenland.  Bijna vierhonderd jaar na Andreas' dood vond Keizer Constantijn dat een klein dorp als Patrae ongeschikt was voor de overblijfselen van zo'n grote heilige als Andreas.  Hij beval dat de stoffelijke resten naar Constantinopel, de grootste stad ter wereld op dat ogenblik, moesten gebracht worden. 
 De suppoost die werd aangesteld om de overblijfselen te bewaken heette Regulus.  Die Regulus had een rare droom waarin hij door een Engel werd bezocht.  De Engel vertelde hem dat de resten niet naar Constantinopel, maar naar een ver land aan het einde van de wereld dienden gebracht te worden.  Regulus zelf zou dat moeten doen en kreeg de opdracht om er dan tegelijkertijd ook nog een kerk te bouwen.  Regulus negeerde het bevel van zijn Keizer en voerde precies uit wat de engel hem verteld had.  Hij reisde dwars door Europa met in een kist de overblijfselen van Andreas.  Het werd een lange en moeilijke trip.  Tenslotte belandde hij aan de oostkust van Caledonia.  Op deze plaats, met de naam Muckros, bouwden hij en zijn volgelingen een kerk, waarin onder het altaar Andreas een tweede rustplaats vond.  Door de jaren heen, wijzigde de naam van de plaats.  Regulus was intussen ook heilig verklaard, wat de nieuwe naam "Kilrymont" verklaart.  Kilrymont betekent: de heuvel van de kerk van Regulus.  Nadien overstijgde de faam van de oorspronkelijke heilige "Andreas", deze van "Regulus" weer, zodat de plaatsnaam weer gewijzigd werd, deze keer in zijn definitieve en huidige vorm "Saint Andrews".
 Op de plaats waar het kleine, van hout, slijk en turf gebouwde kerkgebouw gestaan had, verrees een prachtige van natuursteen gebouwde cathedraal.  Je kan er nog steeds de oude toren gaan bezoeken.  De toren is gekend als de "Saint Rule's Tower" (Rule is het Engels woord voor Regulus).  De toren staat er bij de resten van de oude cathedraal.
 Het was ongebruikelijk dat zo'n klein land aan de uithoeken van Europa zich kon beroemen op het feit dat er zich de laatste rustplaats van één der twaalf apostelen bevond.  Daardoor was het ook niet verwonderlijk dat Saint Andrew de Schotten nauw aan het hart lag.  

Het begin van de vlag

Niettemin het St. Andrieskruis voor Schotland iets bijzonders betekende, was er nog steeds geen vlag.  Vlaggen waren in feite nog niet “uitgevonden”, maar er was wel behoefte aan.  Er waren meerdere twisten tussen Schotland en Engeland en soms kon men niet zien wie er nu vriend of vijand was.  Indien een strijder werd afgezonderd van zijn groep, zou hij moeten kunnen weten van wie dat de orders kwamen.  Elke koning of bevelhebber had zijn eigen badge om zo herkenbaar te zijn voor zijn volgelingen; soms droegen de volgelingen een identiek badge.  Hetzelfde badge, geborduurd op een wimpel of een spandoek, maakte men vast aan een lange speer, omhooggestoken boven de hoofden van de soldaten.  Men kon dit ook in de grond steken, om een hergroeperingspunt aan te duiden voor de soldaten.  Hier zou de oorsprong van de vlaggestok kunnen liggen.

Een van de oorlogen (deze van 1138) werd “The Battle of the Standard” (De Slag van de Standaard) genoemd.  “Standaard” is een ander woord voor vlag.  Sommigen denken dat de Schotse koning, David de Eerste in Schotland voor de eerste maal een leeuw als persoonlijk insigne gebruikte.  Op een later tijdstip in dezelfde eeuw, was er een Schotse koning, genaamd William, die na zijn dood William de Leeuw genoemd werd.  We weten echter niet of deze koning het leeuweninsigne op zijn standaard voerde.

Een meer vredelievende reden om een vlag nodig te hbben, was dat koningen van verschillende landen mekaar soms in vriendschap ontmoetten.  Bij zulke gelegenheden was het ook noodzakelijk om te weten wie bij welk gevolg behoorde.  Ook hier weer droegen de koningen en bevelhebbers hun persoonlijk badge, soms overgenomen door hun aanhang.  Voor schepen die verschillende landen aandeden was het ook interessant om aan te duiden van welk land het schip kwam.  Hier stamt “onder de vlag varen van...” van af.

Toen Koning Robert de Eerste in 1314 het Engels leger versloeg nabij Babbockburn, was er nog steeds geen St. Andrieskruis-vlag, maar ongetwijfeld droegen veel strijders het kruis geborduurd op hun kledij, niet enkel om hun loyaliteit uit te drukken, maar ook in de hoop dat St. Andries hun heelhuids door het gevecht zou loodsen. 

In de veertiende eeuw droegen de Schotse soldaten een wit kruis, zowel aan de voor- als achterzijde van hun uniformen.  In het Nationaal Schots Museum hangt nog een oude vlag, genaamd “De Douglas Standaard”.  Er wordt verteld dat deze vlag gebruikt is tijdens de Slag van Otterburn in 1388.  Het was in feite de persoonlijke vlag van de Schotse Graaf van Douglas.  Ze was groen met een St. Andrieskruis, maar een rood hart werd ook afgebeeld omdat dit het bijzondere symbool van de Douglasses’ was.  Dit was de oudst bekende vorm van de huidige Schotse vlag met het St. Andrieskruis.  De Slag van Otterburn was een beruchte veldslag tussen de Douglasses’ en de Engelse familie Percy van Northumberland.  De slag werd gewonnen door de Schotten, alhoewel Douglas zelf sneuvelde in de strijd.

Waarschijnlijk waren het zeelieden, met hun naaivaardigheid en behendigheid met canvas, die de allereerste vlag onwierpen die gehesen en gestreken kon worden.  In die tijd werd het St. Andrieskruis op diverse manieren gebruikt om het Koninkrijk Schotland te voor te stellen.  Het werd op munten gebruikt (Koning David de Eerste introduceerde in de dertiende eeuw de eerst Schotse munten).  Het St. Andrieskruis was in de vijftiende eeuw het onvolprezen symbool van de Schotse natie, zodat het niet meer dan logisch was dat deze afbeelding ook op de munten geplaatst werd. 

De kleuren, zilver op een blauwe achtergrond, nemen ons mee terug in de tijd naar het verhaal
van Koning Angus zijn droom, toen hij St. Andries een kruisbeeld zag omhoogsteken in de blauwe lucht.

 

De Schotse vlag in oorlog en vrede

De Schotten waren enorm trots op hun vlag.  Andere landen als Denemarken, Zweden en ook Engeland, voerden ook een kruis in hun nationale vlag, maar de Schotten wisten dat de hunne niet enkel de oudste was, maar ook de krachtigste.  Ze geloofden dat ze door hun vlag van een bijzondere bescherming door St. Andries konden genieten.  En zij alleen, het Schotse volk, genoot dit voorrecht.  Net zoals de vlag wapperde op hun schepen, vertelde ze je ook op hun talrijke kastelen: “Je bent hier nin Schotland”.

Toen de jonge Mary, Koningin van de Schotten, in 1561 terugkeerde uit Frankrijk om in Schotland Koningin te worden, was het de “Schotse” vlag die haar begroette in de haven van Leith.

Rond ie tijd was er een verandering op til, in die zin dat er meer nagedacht werd over God en de Kerk. 

Ze stichtten een eigen Kerk, tot afkeur van de clerus en vernielden de heiligenbeelden en schilderijen in de kerken.  De grote cathedraal, die ter ere van Sint Andries was gebouwd werd aangevallen en tot een ruine herleid.  Maar de Schotse vlag bleef wapperen, ondanks dat kruis het teken was van een heilige, was het een teken van de natie geworden.  Er was niemand die dit ook maar enigszins wilde verhinderen.

In 1603 werd Koning James de Zesde ook koning van Engeland,  In die hoedanigheid verhuisde hij naar Londen.  Alhoewel Schotland en Engeland afzonderlijk bleven, was hij erop gebrand om beide landen in een land te verenigen.  Om deze reden zocht hij naar een vlag beide  kruisen van Sint Andries en Sint George kon tonen.  De Schotten waren helemaal niet te vinden voor dit idee.  Ze waren niet zinnens om hun eigen vlag prijs te geven en het feit dat het rode Sint Georgekruis bovenop het zilveren Sint Andrieskruis wred afgebeeld, zette hun kwaad bloed.  Het Schotse parlement diende een klacht in bij de koning, waardoor het Sint Andrieskruis als enige vlag bleef in Schotland.

In de zeventiende eeuw spande de Schotten samen met het Engelse parlement om te strijden tegen Koning Charles de Eerste.  Men noemde hun de Covenanters, ze geloofden niet in het feit dat er heiligen bestonden. 

Ze zouden gechoqeerd zijn bij de gedachte dat ze beschermd werden door een heilige, maar toch droegen ze de St. Andriesvlag tot diep in Engeland.  Boven de kampplaatsen en als standaard voorop, de vlag werd overal meegevoerd.  De vlag werd voor vele mensen bekend als de “Covenanters’ vlag”.

Ongeveer honderd jaar later, toen de Amerikaanse vlag werd ontworpen, werd de blauwe achtergrond van de Schotse vlag gebruikt - “ontleend aan het Covenantersbanier in Schotland” noteerde een Amerikaanse schrijver.

In het jaar 1707 verenigden Schotland en Engeland zich als “Verenigd Koninkrijk”.  Hiervoor werd een nieuwe vlag ontworpen, die in zijn oorspronkelijk vorm nu nog bestaat als Britse vlag.  Deze vlag had drie kruisen - de blauwe kleur en het zilveren Sint Andrieskruis, de rode kleur en het witte Saint Georgekruis en de rode kleur en het witte Sint Patrickskruis.  Men noemde deze vlag de “Union Flag”.

Er werd uitgevaardigd dat de Union Flag mooest gebruikt worden in “alle vlaggen, banieren, standaarden en insignes, zowel aan land als ter zee”.

Officiele gebouwen zoals het kasteel van Edinburgh, moesten nu de Union Flag hijsen in de plaats van de Sint Andriesvlag, die toch niet vergeten werd.

Vele Schotten wensten helemaal niet verenigd te zijn met Engeland.  Anderen waren dan weer niet akkoord dat het Londense parlement de Duitse Prins George van Hannover hadden overhaald om koning te worden.

Zij kozen veeleer voor een koning uit de familie Stuart, die steeds koningen voorzien had tot Koning James de Tweede in 1688 zijn troon moest prijsgeven.  Zij zagen het Sint Andrieskruis nog steeds als de enige echte Schotse vlag.

De aanhangers van de Stuarts noemden men de Jacobieten (de betekenis is: het volk van James); zij voerden de Sint Andriesvlag, met dit verschil dat het kruis een gouden kleur had, omdat blauw en goud de kleuren van de Stuarts waren.  Om deze reden werd in veldslagen als de Slag bij Culloden (1746) door beide kampen de Sint Andriesvlag gevoerd.  Schotten vochten er samen met Engelse en Duitse troepen voor Koning George tegen andere Schotten die samen met Bonnie Prince Charlie de Stuarts eer verdedigden.

Het Schotse kruis vind je ook terug in de vlaggen van twee Canadese provincies.  De bewoners van beide provincies zijn van Schotse origine:  Nova Scotia (dit betekent: Nieuw Schotland) en Newfoundland.  In beide gevallen zijn de kleuren omgekeerd, met een blauw kruis op een witte achtergrond.

Heden ten dage wordt de Schotse vlag meer dan ooit gebruikt..  Je kan ze zien op alle openbare gebouwen, kastelen, moderne scholen en kantoren en boven het Schotse parlementsgebouw.  Met grote trots wordt er ook elke dag de vlag gehesen in Athelstaneford, om ons te herinneren aan Koning Angus zijn droom en zijn veldslag, zovele eeuwen geleden.

De Schotse leeuw en de distel

Er is nog een Schotse vlag die we regelmatig tegenkomen.  De vlag die we bedoelen heeft een goudkleurige achtergrond met de afbeelding van een op zijn achterpoten staande brullende rode leeuw die zwaait met zijn klauwen.  Op de randen is een decoratieve dubbele rode boord aangebracht.  De correcte naam van deze vlag is: Koninklijk Schots Vaandel.

Het is ooit geweest dat eenieder die deze vlag zonder toelating gebruikte, zeker gestraft werd, misschien zelfs ter dood veroordeeld.  Het was de vlag van de koning of koningin van Schotland.  Alleen hij of zij mocht deze vlag gebruiken en ze werd enkel gehesen als de koning of de koningin in hoogsteigen persoon aanwezig was.  De vlag was echter geen eigendom van de monarch, ze was overal beschikbaar, maar werd gehesen om de bevolking te laten weten dat de Schotse monarch op bezoek was, niet een andere personaliteit.  De koning/koningin beschikte eveneens over een persoonlijk familie badge.

De leeuw noemt men de “Lion Rampant’ (de heersende leeuw).  We weten niet juist wanneer deze vlag het eerst gebruikt werd om de monarch te identificeren, maar bekend is wel dat de vroegere Schotse koningen een draak als symbool gebruikten en niet een leeuw.

Mogelijk is het begonnen bij William de Leeuw in de twaalfde eeuw.  We zijn zeker dat zijn zoon, Koning Alexander de Tweede de leeuwenvlag gebruikte.  Ook op het Grote Schotse zegel was de leeuw terug te vinden.  Dit was een soort stempel die gebruikt werd ter bezegeling van officiele documenten, als bewijs van echtheid.

Waarom werd er nu juist een leeuw gebruikt?  We weten allemaal dat de leeuw bekend staat als de koning van de dieren.  Het is een fier en nobel dier en gevaarlijk bovendien.  Het was het aangewezen symbool voor een koning. 

Wat ook heeft meegespeeld is het feit dat Schotland een klein en arm land was, vergeleken met Engeland of Frankrijk.  Door een leeuw te gebruiken kon Schotland zich wat struiser voordoen dan het in feite was, wat echter niet wilde zeggen dat ze steeds ongehavend uit de strijd kwamen.  Denken we maar aan de desastreuze Slag van Flodden in 1513, onder Koning James de Vierde (een van Schotland’s meest bekwame koningen).  In alle Europse landen was er een soort registratiesysteem voor deze bijzondere badges en symbolen.  Enkel de edellieden en hun families beschikten over familie-emblemen, vlaggen en vaandels.  Het systeem werd “heraldiek” geheten, waarin de herauten verschillende taken op zich namen.  De waren de bodes van de koning, proclameerden de orders en hielden een bestand bij van elk familiebadge.  Ze hadden zeer neuwgezet een methode uitgewerkt om de badges zo exact te beschrijven dat iemand die het badge nooit gezien had, dit toch kon tekenen en kleuren.  Schotland ontwikkelde zijn heraldiek zeer vroeg en houdt alles nog steeds up-to-date.  De hoofdheraut noemt men de “Lyon King of Arms”, die de macht bezit om misbruik te bestrijden en zijn goedkeuring te geven voor nieuwe ontwerpen.  De Schotse herauten bedachten een mooie spreuk om de leeuwenvlag te vergezellen.  In het Latijn is het “Nemo me impune lacessit”, wat in het Nederlands zoveel is als: “Niemand zal me aanvallen of meenemen”.  Deze spreuk zal je in Schotland veelvuldig tegenkomen.

Toen Koning James de Zesde als James de Eerste in 1603 ook tot koning van Engeland gekroond werd, bevatte het nieuw ontworpen koninklijke vaandel de sysmbolen van Engeland, Franrijk en Ierland, naast de leeuw.  De leeuwenvlag op zich werd door de vertegenwoordiger van de koning in Schotland simultaan  gebruikt naast de koninklijke vlag, maar door de jaren heen werd ze toch minder en minder gebruikt.  Maar ze was te mooi en krachtig om in de vergeethoek te geraken, want vanaf de negentiende eeuw werd ze terug in grote getale vervaardigd als een “Schotse” vlag, met de aanbeveling dat iederen ze kon gebruiken, waar of wanneer men verkoos.  Heden ten dage wordt ze zoveel gebruikt, dat men heel even vergeet welk de oorsprong is.  Sommigen denken zelfs dat het de Schotse nationale vlag is!

De Schotse distel

In de bijzondere heraldische taal, is het Schotse nationale badge “de distel, gestekt en in zijn natuurlijke kleur”.  Waarom een distel?  Er wordt verteld dat in de elfde eeuw een bende Deense rovers een Schots kasteel wilde aanvallen.  Ze beraamden om de aanval ‘s nachts uit te voeren.  Om zich zo stil mogelijk te houden, deden ze hun schoenen uit.  Bij de slotgracht gekomen, sprongen ze erin met de bedoeling om over te zwemmen, maar tot hun grote verrassing troffen ze geen water, maar distels aan.  De pijnlijke kreten deden de kasteelwacht ontwaken, die onmiddellijk uitrukten, zodat de Denen noodgedwongen het hazepad kozen.  Spijts dit ouide verhaal, is de distel toch niet zo oud als  de St. Andrieskruisvlag en de leeuwenvlag.  De eerste keer dat een distel werd gebruikt als bijzonder kenteken was in de tijd van James de Derde in de vijftiende eeuw.  De St. Andrieskruisvlag was toen al meer dan vijfhonderd jaren in gebruik.

De distel is in feite een niet erg nuttige plant die enkel door ezels gegeten wordt.  Het is echter een taaie, stekelige plant, die men niet zomaar kan vastgrijpen en uit de grond trekken als een gewoon onkruid.  Juist dat stekelige was erg geliefd bij de herauten, net zoals de klauwende leeuw.

Misschien lonkten ze wel even naar Engeland, die een roos gebruikten (ook stekelig).

Toen een Engelse prinses, Margaret Tudor huwde met de zoon van  James de Derde, noemde men dit “het huwelijk van de distel en de roos’.

De distel werd een zeer populair symbool in Schotland. Terwijl de leeuw groots lag te wezen en het St.Andrieskruis geheiligd werd door een lange traditie, was de huiselijke distel iets waar iedereen zich mee kon identificeren.  Het herinnert er de Schotten steeds weer aan dat hun land misschien niet tot de rijkste of vruchtbaarste landen behoort, maar het liet zich toch niet gemakkelijk vastgrijpen.