Beginletter A

ADAM

Deze naam is wellicht de oudste van allemaal.  Deze christelijke naam was erg populair in de twaalfde eeuw, voornamelijk in Schotland, maar werd toch pas als achternaam gebruikt vanaf het bewind van James I. Robert Adam (1728-1792), de grote architect.
Adams is de zesentwintigste meest voorkomende naam in de Verenigde Staten, maar vreemd genoeg is de naam onder deze schrijfwijze weinig voorkomend in Schotland.  Adamson daarentegen wel en voornamelijk in Angus.  Deze naam is ontstaan uit de verkleinwoorden Adie en Eadie (beide volledig zelfstandige achternamen) naar Adie-kin, wat Aitken is geworden.  Hierdoor is Aitken een dubbele afleiding en tevens het Schotse equivalent van het Engelse "Tommy Atkins".  Verzacht de "d" van Adie, voeg er een suffix bij en je krijgt een andere Adam-afgeleide, Aitchison of zoals de Amerikanen zeggen "Acheson".
De vorm MacAdam verschijnt het eerst in Ayrshire in de zestiende eeuw.  Het was een in Ayrshire woonachtige wegenbouwer, John Loudon McAdam, wiens naam gebruikt werd om de welbekende moderne naam "tarmac" te vormen.

ALEXANDER

Deze Griekse naam, met als betekenis "verdediger van de mensen", kwam in gebruik na Koningin Margaret, echtgenote van Malcolm Canmore.  Zij droeg bij tot het populariseren van deze naam, door deze naam aan haar zoon te geven.  Er zijn in Schotland drie koningen geweest met de naam Alexander, waarna de naam fel in gebruik kwam, meestal als voornaam in de verkleinvorm “Sandy”.  Sandy is zelfs een beetje het synoniem geworden voor de benaming “Schot’.  Als achternaam is de naam eveneens populair, zeker in het westen van Schotland.  De Keltische vorm is Alastair of Alistair, welke leidde tot de achternaam MacAlister.  De clan MacAlister was in de vijftiende eeuw eigenaar van vele eigendommen in Kintyre en later ook in Bute, Arran, Tarbert en Glenbarr.  Er wordt verteld dat een afdeling van de clan zich vestigde in Clackmannanshire en de naam MacAlister terug wijzigde in “Alexander”, hiertoe aangespoord door de Anglicaanse Kerk.  Zoals wel meer gebeurt kan een naam in de Laaglanden wel eens zijn oorsprong vinden in een naam in de Hooglanden.

ALLAN

Deze naam, met zijn varianten Alan, Allen, enz... heeft twee mogelijke oorsprongen: ofwel komt het van de oude Keltische voornaam Ailin (ail is rots in het Oud-Keltisch), verwant met met “Alwyn”; of het komt van de Noorse naam Alan.  Alan is de grondvorm voor “Alemannus”, de vriendschappelijke naam die de Fransen gebruikten voor de Duitsers.  De naam Alan werd populair in Schotland, door zijn adoptie als voornaam bij de Stewarts. Ervoor is de naam bekend bij Sir Alan Durward in het Schotland van Robert I.

ANDERSON

De cultus van St. Andrew werd geintroduceerd in Schotland in de vroege Middeleeuwen.  Het werd de focus van nationalisme in de twaalfde en dertiende eeuw.  Andrew was trouwens een zeer populaire Christelijke naam in Schotland (en staat momenteel aan de top) en zijn afgeleide Anderson staat op nummer negen als achternaam.  De basisvorm was Androsoun, daarna Andrewson en in de vijftiende eeuw getransformeerd naar zijn moderne vorm.
MacAndrew is de Hooglandschrijfwijze en bedoelt in deze schrijfwijze waarschijnlijk "zoon van de dienaar van St. Andrew", explicieter in de andere Keltische vorm van de naam "Gillanders" of Gilchrist.
Andrews (zoon van Andrew) vindt zijn oorsprong niet in Schotland, maar is voornamelijk terug te vinden in Zuid-Engeland.

Beginletter B

BARCLAY

De spelling zelf is niet erg voornaam bij de studie van achternamen, want de spellingsleer was nog niet bekend als standaardnorm tot in de negentiende eeuw en later.  Maar spelling is het enige dat het verschil uitmaakt tussen de familienaam Barclay en de Engelse plaatsnaam Berkeley ("birch lea"= veld of weide met berkenbomen), waar het woord van afgeleid is.
De naam komt het eerst voor in Schotland rond 1165.
Een Schotse Barclay vergaarde veel rijkdom in de 17de eeuw tijdens de Dertigjarige Oorlog en werd eigenaar van het landgoed van Urie bij Stonehaven.
Een andere tak van de familie, de Towie-Barclays, waren de voorvaderen van de bekende Prins Barclay de Tolly, die de leiding had over het Russische leger bij het verslaan van de Franse keizer Napoleon in 1812.
De naam komt het meest voor in het noordoosten van Schotland, alhoewel ook een familietak gevestigd is in Ayrshire.

BELL

De meest aannemelijke oorsprong van deze naam is terug te vinden in de Oud Franse taal: "le bel", wat "een knappe jongeman" betekent.
Er is waarschijnlijk geen tekort geweest aan knappe jongelingen in het Middeleeuwse Schotland, want de naam "Bell" is nu de 34ste meest voorkomende familienaam.
De oorsprong kan ook terug te vinden zijn in locatie van de woonplaats van betrokken naamdrager: naast de stadsklok bijvoorbeeld.  Of werd degene die de klok luidde misschien zelf "Bell" genoemd?
De afleiding "zoon van Isobel" is onwaarschijnlijk, want nakomelingen namen zelden hun moeders’ familienaam over, want als ze dat zouden doen, zou dat betekend hebben dat de vader onbekend was.
Er zijn wel enkele Engelse familienamen met deze afkomst, zoals Ibbs (zoon van Isobel) en Tillett (zoon van Mathilda), maar wie heeft er ooit gehoord van Elisabethson of MacMargaret?

BOYLE

Met deze naam is het kantje-boordje in de lijst van de honderd meest voorkomende Schotse familienamen.  
De naam heeft twee totaal verschillende oorsprongen.
Eentje vindt zijn oorsprong in het dorp Boyville, bij Caen in Frankrijk.  Vast staat dat de Normandier Henri de Boyville in 1291 kasteelheer was van de kastelen van Dumfries, Wigtown en Kirkcudbright.  De naam is nog redelijk in gebruik in deze districten en wordt uitgesproken als "Bole".
Een andere theorie zegt dat de naam komt van de Oud-Ierse voornaam "Baoghail", wat als ingewikkelde uitleg heeft "profijtelijke onderpanden bezittend".  Het is aannemelijk dat de meeste Schotse Boyles van Ierse origine zijn, want de naam behoort tot de lijst van vijftig meest voorkomende achternamen in Ierland.  
Boyle is de familienaam van de graven van Cork, Orrery, Glasgow en Shannon.

"Boyd" is dan weer iets anders:  het betekent "afkomstig van Bute".

 

BRUCE  

De Bruces waren zeker niet, zoals wel eens wordt beweerd, Engels-Normandische opportunisten die bij de Schotten terechtkwamen toen ze de kroon in hun bereik zagen.  De Bruce familie was reeds vijf generaties lang gevestigd in Annandale, voor de Slag bij Bannockburn en het feit dat ze ook pachtgebieden in Engeland deed hun niet verschillen van de andere adel uit die tijd.  Zo was David de Eerste, Koning der Schotten een Engelse baron vóór zijn troonsbestijging in 1164.  De familienaam is zeker afkomstig uit Normandië, afgeleid van "de landen van Brus (nu Brix)", bij Cherbourg, vanwaar ook de Stewarts en de Cunninghams kwamen.  De eerste Robert de Brus stak het Kanaal over met Willem de Veroveraar, de tweede Robert de Bruce vergezelde David de Eerste om aanspraak te maken op de Schotse troon.  Zes generaties later werd uit deze familie de koning van een onafhankelijk Schotland geboren.
De koninklijke bloedlijn van de Bruces hield op te bestaan vijftig jaar na de Slag bij Bannockburn, maar zijtakken van de familie werden gronden in Clackmannan en Fife toegewezen.  Eén van hen werd Lord van Kinloss en later Hertog van Elgin en deze laatste is de oudste tak van de Bruce familie heden ten dage.

 

BUCHANAN

Er is een Buchanan District aan de oostelijke zijde van Loch Lomond.  Hier komt ook hun titel vandaan.  De plaatsnaam is afgeleid uit het Keltische both chanain, wat "Canon's hut (bothy) of huis" betekent.  Van both op zich komt de achternaam Boath.  De oorspronkelijke naam van de bewoners van dit district was MacAuslan (zoon van Absolom) en een zekere Gilbride MacAuslan, meerderjarige zoon van de Hertog van Arran, verkreeg gronden in Buchanan en nam de naam van de eigendommen als nieuwe familienaam aan.
Ondanks dat er vanaf 1682 was er geen clanhoofd meer was, ontplooiden zich nog vele jaren nadien zijtakken van de familie in het district.  James Buchanan (1791 - 1868), vijftiende President van de Verenigde Staten, herdacht zijn afkomst door een provincie in de staat Missouri de naam Buchanan te geven.  De naam heeft totaal geen uitstaan met Buchan, een district in Aberdeenshire.

 

BURNS

Zoals vele andere bekende Schotten, had de dichter Robert Burns ook een naam die taalkundig Engels van afkomst was.  Het woordje burn, wat in Schotland zoveel als "beek" betekent is puur Angelsaksisch.  De vader van Robert Burns heette in feite "Burness" (nog in deze schrijfwijze terug te vinden in Kincardineshire, vanwaar de familie afkomstig is), de tweede naamval van het woord wat "van de beek", betekent net zoveel als "dicht bij het water wonende".
Burns is een veel voorkomende naam in Schotland en dit niet enkel door het voortplantingsvermogen van de dichter.
Schotland is "goed bewaterd" door rivieren en beken, zodat vele families vanwege hun woonplaats bij het water de naam Burns aannamen.  Andere familienamen met een gelijkaardige oorsprong zijn "Muir" en "Moor" (wonende op een veenmoeras), Green, Knox (wonende op een heuvel) en Hyslop (wonende bij een hazelaar of in een vallei).

 

Beginletter C

CAMERON

Men kan aannemen dat de naam Cameron afgeleid is van de Keltische woorden cam sron , wat “kromme neus” betekent.  Of zoals een Mevrouw Cameron onlangs tegen een Mevrouw Campbell pleegde te zeggen: “Ik heb liever  een kromme neus dan een scheve mond” (zie verder).  De eerste schrijfwijze van de naam is Cambron en de aanwezigheid van de ‘b’ laat de moderne studenten geloven dat de naam afgeleid is van de Landerijen van Camberone (nu de parochie Cameron) in Fife.  Het is zeker waar dat een bekende drager van de naam, Richard Cameron, woonachtig was in Fife en bekend was als fanatieke Schot; het Cameronian legerregiment werd ooit ter zijner ere opgericht.
Waar ook de oorsprong van de naam te zoeken is, de Camerons waren een van de oudste en oorlogszuchtige van de Highland clans.  In de veertiende eeuw was de clan gevestigd in Lochaber; in deze omgeving wijn nu nog steeds de meeste Camerons terug te vinden.
Zij waren een van de felste aanhangers van het Huis van de Stewarts en de strijd bij Glenfinnan zou wellicht op een sisser zijn uitgelopen als Lochiel niet ten tonele was verschenen met 700 Cameron clanleden.
In elk geval was de clan groot in getale en machtig.  Als familienaam komt de naam Cameron echter niet zo veel voor als bijvoorbeeld MacDonald of Stewart.  De reden hiervoor is wellicht het feit dat niet alle clanleden de naam als familienaam droegen.  Velen verkozen oude namen als MacChlerich, MacGillonie, MacIldowie, MacOnie, MacOurlie, Mac Walrick, Mac Eantach en MacAngus, wat hun wat voornamer maakte bij het uitzwermen naar andere streken van Schotland.


CAMPBELL

De naam is afgeleid van twee Keltische woorden, “cam” wat “scheef” betekent en “beul” wat “mond” betekent.
Het komt niet veel voor dat niet samengaande bijnamen een waardige achternaam vormen. 
Vergeet de mogelijk afleiding uit het Latijn “Campo Bello’, want Latijn werd bijna niet gesproken in Campbell country.
Wie de oorspronkelijke “Scheve Mond” was zullen we wellicht nooit achterhalen, want de clan kent zijn legendarische oorsprong in de wazige Ossianic sage en de allereerste tekenen van bestaan vinden we terug in het Schotse Koninkrijk van Dalriada, nu Lorne en Argyll.
De Campbells waren ofwel fel vooruitziend of gelukkig in hun huwelijksverbintenissen.  Beloond voor hun steun aan Robert the Bruce, gebruikten ze hun tanende macht om zich te verzetten tegen de MacDonald’s heerschappij over de eilanden; later speelden ze het steeds klaar om aan bij de winnende partij te behoren in de burgeroorlogen en de Jacobite-opstanden.  Consequent leden ze veel kinder dan andere clans onder de teloorgang van de macht van de clans in het midden van de achttiende eeuw.
Tijdens Victoria's regering waren er niet minder dan veertig Campell landgoeden in Schotland, in totaal goed voor 1.250.000 landerijen.  Het merendeel hiervan was eigendom van de Hertog van Argyll, maar 
er lagen ook nog grote oppervlaktes in Perthshire, Stirlingshire, Ayrshire en Nairnshire.
De clan Campbell was zeer groot in getale en een ongebruikelijk aantal onder hen droeg de clanachternaam. Bekend is dat, tijdens de nasleep van '45 toen een Stuart beticht werd van de Appinmoord, zelfs elf van de vijftien juryleden (vrij gekozen onder de bevolking) de naam Campbell droegen.  Natuurlijk is er ook het feit dat in de zeventiende en achttiende eeuw mensen betaald werden om de naam Campbell te dragen (zie ook bij MacGregor.
De Campbell's waren in 1692 ook rechtstreeks betrokken bij de moordpartij in Glencoe, waarbij de hele Mac Donald Clan werd door hun werd uitgemoord.
De Schotse groep "The Corries" heeft er een song aan gewijd.

 

CHRISTIE

 

Christian (vertaald: christelijk) was een veel voorkomende voornaam in de Middeleeuwen.  De afgeleide vorm geeft de achternaam Christie, waarschijnlijk ontstaan in Fife, waar de naam nog veel in zwang is.  Christison vind men ook terug en de vorm MacChristie vind je terug in Galloway.
Vreemd genoeg is de naam Christopher (een christen baren) niet zo een hoogvlieger in Schotland, met uitzondering van de afgeleiden Christo en Chrystal.  Chrystal werd als voor- en achternaam gebruikt bij zowel jongens als meisjes.

 


CLARK

 

In de vroege Middeleeuwen noemde bijna iedereen die kon schrijven zich een 'clericus' (=degene die kan schrijven, administrator, secretaris, geletterde).  Dit woord vond men meestal terug onder de handtekening in een document (in de tijd dat er van een familienaam nog geen sprake was).  Toen het Latijn als voertaal in documenten ging gebruikt worden, verschijnt het woord als 'Le Clerc".  Het is niet steeds juist te bepalen of dit een achternaam of eenvoudigweg een beschrijving was.
Hoe het ook zij, het niveau van alfabetisme moet in Schotland redelijk hoog gelegen hebben ofwel moeten de klerken zeer bedrijvig geweest zijn, want in de vijftiende eeuw werd de naam verspreid over heel Schotland.  Nu nog is het de dertiende meest voorkomende achternaam.  Je vindt de naam ook wel terug in Engeland, maar dan meestal onder de vorm 'Clarke'.
De term 'clerk' wijzigde in het Keltisch in 'Mac a chleirich', nog terug te vinden in de Ierse vorm McCleary en zijn vertaalde vorm Clarkson.

 

 

 

CRAIG

 

Het Welse woord voor rots is 'craig', het Keltische is 'creag', beide worden in het engels uitgesproken en geschreven als 'crag'.
De achternaam Craig werd toegewezen aan iemand die nabij een rots woonde.  Het is de Welse spelling die overleefde in de familienaam.
Er wordt evenwel verondersteld dat de Picten ook een soort Keltisch spraken dat verwant was aan het Wels want vele topografische benamingen in Schotland hebben Welse kenmerken in zich, zoals 'aber' (riviermonding), 'caer' (vesting) en 'tref' (boerderij, woonstede).
De naam Craig vindt zijn oorsprong vanuit verschillende locaties en er zijn een of twee samenstellingen als 'Craigmyle' en 'Craigie', welke plaatsnamen zijn die opgang gemaakt hebben als familienaam.
'Craik' is dan weer iets anders.  De naam Craig werd gegeven aan een families die afkomstig ware, uit het dorp Crayke in Yorkshire (vijftiende eeuw).

 


CRAWFORD

 

Er is een baronie van de Crawfords in het landelijke Lanarkshire.  
De betekenis van het woord is 'waadplaats voor de kraaien'.
Als familienaam verschijnt de naam in vele oorkondes vanaf de twaalfde eeuw.
Een dochter van 'Sir John of Crawford' huwde met David Lindsay, stamvader van de graven van Crawford; haar zuste huwde met Sir Malcolm Wallace en werd in die hoedanigheid de moeder van de eerste grote Schotse patriot William Wallace.
De Crawfords hebben nooit als clan bestaan, maar het was wel een zeer gewaardeerde laaglandfamilie.  De takken Auchinames, Craufurdland en Kilbirnie zijn de meest voorname.

 

 

 

CUNNINGHAM

 

Dit is de naam van een district in Ayrshire.  De uitgang 'ham' is het werk van een Engelsgezinde schrijver, want de originele vorm was Cunegan.  Over de betekenis van het woord zelf heeft men nog steeds geen bevredigende verklaring.
Het grondgebied van Cunningham in Ayrshire werd in de twaalfde eeuw ten geschenke gegeven aan een Normandisch avonturier.  Logisch dan ook dat hij de naam van het grondgebied aannam als familienaam.
Via diverse huwelijken werd de familie eigenaar van de Glencairn landerijen en in de vijftiende eeuw werden ze in de adelstand verheven.  De 14de graaf van Glencairn was bevriend met de dichter Robert Burns; deze laatste gaf zijn vierde (wettelijke) zoon als naam James Glencairn Burns.
De Cunninhams (ze zijn nooit een clan geweest) vind je terug in diverse streken van Schotland vanaf de vijftiende eeuw.
Een Cunninghamfamilie verhuisde in de zestiende eeuw van Ayrshire naar Strathblane, waarna de naam weldra op zal duiken in Fife en Edinburgh.  Emigratie naar Frankrijk veranderde aldaar de naam in "Conigans".

 

Beginletter D

DAVIDSON

De naam David was zowel in Schotland als in Judea een koninklijke naam.  In het Hebreeuws betekent het woord "geliefde".
Veel Schotten kozen als familienaam "zoon van David", Davidson dus.
Alhoewel het merendeels een Laagland familienaam was, bestond er in de Hooglanden toch een clan met de naam Davidson in Badenoch.
Door bloederige onderlinge vetes was de naam in de Middeleeuwen practisch verdwenen.
Legende, zo niet geschiedenis, is het verhaal dat de ronde over de bekende Slag van de Clans op The North Inch in Perth in 1396.  De Davidsons waren één van de strijdende clans.  De strijd was zo hevig dat op uitzondering van één strijder de deelnemende Davidson clan volledig werd uitgeroeid.  Er werd dus letterlijk "tot de laatste man" gevochten.

 

DICKSON

De naam Richard, waar "Dick" één van de vele afgeleiden van is, is een Germaanse voornaam, die populair gemaakt werd door de Normandiërs.  De eerste lettergreep betekent "machtig" en de tweede betekent "dapper".  Richardson en Dickson komen veel voor in Schotland; Richards en Dixon zijn de Engelse vormen.  Dan zijn er nog de afgeleide vormen zoals Dick, Dickie en Dickson als achternaam; echter van de afgeleide Engelse vormen Dickens en Dickinson, is er geen spoor terug te vinden in Schotland.  Rijmende afgeleiden als Hick, Hickses, Hickeys en Higginses komen ook niet in Schotland voor.
De meest karakteristieke naam vanuit deze bron is Ritchie, die oorspronkelijk een voornaam was.  Ritchie, zowel als Dickson, waren origineel enkel in de grensstreek terug te vinden, maar nu vrijwel overal.

 

DOUGLAS

Deze plaatsnaam, die een bekende familienaam werd, heeft toch echter zijn grootste bekendheid als een mannelijke voornaam.  De oorspronkelijke naam komt van een rivier, in het Keltisch “dubh glais” geheten, wat “zwart water” betekent., een beschrijvende term, die regelmatig voorkomt in de Schotse topografie.
Douglas was onbekend als voornaam tot in de zestiende eeuw, maar toen was het een meisjesvoornaam.
De allereerste geregistreerde persoon met Douglas als familienaam was William de Douglas in de twaalfde eeuw..  In de middeleeuwen waren er vier familietakken:

1.     De Black Douglas familie van Douglasdale (de meest bekende).

2.     De Douglas Graven van Morton in Dumfriesshire.

3.     De Red Douglas Graven van Angus.

4.     De Drumlanrig tak, nadien genaamd de Markiezen van Queensberry.

“Daag nooit een Douglas uit”, was een gezegde in de zestiende eeuw, toen de familie op het hoogtepunt stond van haar macht.  De geschiedenis van Schotland is zeer nauw verbonden met de opkomst en de teloorgang van de diverse familie-afdelingen.

 

DRUMMOND

 

Het Keltische woord voor rug of ruggegraat is “druim”, in het meervoud “dromannan”.  Verschillende plaatsnamen vinden hun oorsprong hierin, met inbegrip van de plaats Drymen in Stirlingshire.  Malcolm Beg, zo genaamd door zijn kleine lichaamsbouw, huwde met een dochter van de Graaf van Lennox.  De afstammelingen namen de naam over van het landgoed, namelijk Drymen.  De familie verkreeg door diverse huwelijken ook de gronden van Stobhall en Cargill waardoor het machtscentrum zich verplaatste naar oostelijk Perthshire, waar het zich nog steeds bevindt.  Veel jonge familietakken hebben plaatsen bewoond, gaande van Glenartney in het westen en de lieflijke vallei van Strathearn   tot de uitlopers van de stad Perth.  Drummonds zijn nu nog in grote getale terug te vinden in het stadsdeel van Perth met dezelfde naam.
De Drummond zijn steeds heel koningsgezind geweest, aanhangers van Robert the Bruce, Mary Queen of Scots, de grote Montrose en de Oude en de Jonge Chevaliers.  De clanchief werd graaf van Perth (wat nog kortstondig een Jacobitisch hertogdom geweest is).  Lord Joh Drummond had de rang van Luitenant-Generaal in het Jacobietenleger in 1745.  Hun eigendommen werden nadien verbeurd verklaard, doch teruggegeven in 1784.  
Momenteel woont er nog steeds een Drummond (de Graaf van Perth) in het oude herenhuis van Stobhall.

 

 

 

DUNCAN

 

Wordt aan gewerkt...

 

Beginletter E

ELLIOT

Er zijn niet minder dan zeventig verschillende spellingswijzen van deze bekende familienaam uit de Borders (grensstreek), gaande van Allat tot Ellwood.  Waarschijnlijk is het afgeleid van het Oud-Engelse “Aelfwald” (elfenkoning).

Het was voornamelijk een voornaam in de Borders.  Vanaf de vijftiende eeuw werd de naam méér en méér als familienaam gebruikt en steeds minder als voornaam.

Het is niet helemaal correct als we spreken over een Border “clan” (een begrip dat eerder thuishoort bij de Keltisch sprekende Highlanders), maar toch leefden families als de Elliots en de Armstrongs “met het zwaard”, op een wijze die ons doet denken aan de Highlanders.  Ingehuurd door de centrale regering om de grensstreek te beschermen, verloren ze hun nut na de Union of the Crowns (vereniging van de Engelse en Schotse kroon).

De oudste afdeling van de Elliot “clan” was deze van de Stobs, een baronet in de achttiende eeuw.  Een andere afdeling werden de baronets van Minto. De schrijfster van de muziek van “Flowers of the forest”, Jane Elliot stamde van deze tak af.

 

Beginletter F

FARQUHAR

Farquhar is afgeleid van het oude Keltische “fearchar’, dat “dierbare” betekent.
Het was een populaire Keltische voornaam, die in het middeleeuwse Schotland bijna overal terug te vinden was.  Als achternaam vind je de naam meer terug onder de vorm Farquharson.  Een veertiende-eeuwse strijder, met de naam Fearchar Shaw,  bracht zijn familienaam in verband met de MacIntosh leiders en legde de basis voor een dynastie met de naam Farquharson, waarvan de nakomelingen zich verspreidden over Angus en Mar, waar de naam nu nog steeds voorkomt.  Bijzonder bekend zijn de Farquharsons van Invercauld en eertijds die van Balmoral, die hun landgoeden verkochten aan Koningin Victoria.
Gecombineerd met het voorzetsel “Mac”, wordt Farquhar “McKerchar”, een Perthshirenaam.  Dfe samentrekking “Kerracher” bestaat ook.

  

FERGUSSON

Aanvankelijk waren de Schotten een Keltisch sprekend vbolk, die de zuidwestelijke hooglanden begonnen te bevolken vanuit Ierland vanaf het jaar 500.  De eerst bekend nederzetting werd opgericht door de genaamde Fergus Mor, die met meer enthousiasme dan nauwkeurigheid wordt aanzien als de oprichter van de Schotse monarchie, maar geen enkele Fergusson clan stamt van hem af.  Wat feitelijk gebeurde was dat de voornaam Fergus (wat “beste keuze” betekent), grote bekendheid en prestige verwierf, zowel in Schotland als in Ierland, zodat vele families van verschillende oorsprong de achternaam Fergusson gingen dragen.  Misschien is de meestbekende wel deze van Ayrshire, wiens voorvaders door Koning Robert the Bruce de gronden van Kilkerran toebedeeld kregen.
De hooglandzonen van fergus waren bekend als “MacFhearghas”

 

FLEMING

Tussen de meest welgekomen immigranten van Schotland in de vroege Middeleeuwen, voornamelijk door de stimulans van de wolhandel waren er zeer vele Vlamingen.  In de Engelse taal waren deze “mensen van Flanders” de “Flemings”.
De Vlaamse handelaars kwamen graag naar Schotland omdat ze in 1155 door Hendrik de Tweede van Engeland verjaagd werden uit Engeland.  Maar niet alle Vlaamse immigranten kozen voor de naam “Fleming”.  Een Vlaamse familie verkreeg de landerijen van Innes in Aberdeenshire en nam de naam van de eigendom “Innes” als familienaam.  Een andere Vlaamse familie verkreeg de gronden van Douglas Water en ook hier weer namen de afstammelingen de naam van de eigendom, Douglas, aan.  Weer een andere familie vestigde zich in Fife en nam de naam “Young” aan.  Velen onder hen verkozen toch “Fleming” als familienaam, zodat deze naam zich vandaag tussen de honderd meest frequente Schotse familienamen situeert.

 

FLETCHER

Het woord “fléchier” betekent in het Oud-Frans “iemand die bogen vervaardigt”.  De beroepsnaam Fletcher was bekend in heel Brittannië.  Handel in bogen bestond er overal, ook in de Hooglanden.  Het Keltische woord is "fleisdear", waar de achternaam Mac an Fhleistear van af komt, nadien verengelst naar Fletcher.  De Fletchers van Glenlyon waren de erfgerechtigde bogenfabrikanten voor de MacGregors.  
Er is nog een totaal verschillende handel, die ook de oorsprong is van een achternaam, namelijk van de naam "Flesher" (de gebruikelijk naam voor slager in Schotland).  Slachten van dieren moet een zeer bedrijvig beroep zijn geweest in Schotland.  Nog een afgeleide van dit beroep is de niet veel gebruikte naam "Butcher".  Dit is niet te verwarren met de naam "Butchart", die afgeleid is van het Franse woord "bouchard", wat "flesontkurker" betekent.  In de Schotse archieven van de zeventiende eeuw werden de namen Fletcher en Flesher hopeloos veel verward met mekaar, waardoor een Fletcher door taalkundige logica alleen niet kan zeggen of zijn voorvaderen bogenmakers, dan wel slagers waren, of Keltisch-, of Engelssprekend.

 

FORBES

Tegenwoordig is er een gevaarlijke moderne tendens om deze naam uit te spreken als "Fawbs".  De juiste tweelettergrepige vertaling is geïllustreerd door een zekere Tom Forbes, die zich inlijfde bij het Franse leger onder de naam "Fort Bays".
De naam is afkomstig van de landgoeden van Forbes in Aberdeenshire en houdt het plaatsnaamonderdeel fothair, wat woud betekent, levendig.  In het Keltisch werd dit "for" of "fetter" (Fordun, Fordyce, Fettercairn).  Forsyth is verschillend; deze naam is afgeleid van de Keltische naam "fear-sith", wat "man van de vrede" betekent.  De naam moet uitgesproken worden met de nadruk op de tweede lettergreep.
Forbes was en is de naam van een zeer bekende clan uit Aberdeenshire, die eigendommen beheerde in Strathdon, lang voor de familie een baronie werd in 1271.  Alexander Forbes werd in de adelstand verheven door James de Eerste.  Zijn afstammelingen vormden andere dynastieke afdelingen van de clan in verschillende delen van het Noordoosten, met inbegrip van Pitsligo, Culloden, Craigievar en Monymusk.  Als protestanten waren de Forbes constante rivalen van hun almachtige buren, de Gordons.

 

FRASER

De verleiding bestaat om aan te nemen dat deze typische Hooglandclan een zeer oude en mythische oorsprong heeft, met eigendommen die al gemeenschappelijk bezit van dit geslacht zijn sinds de prehistorie, met hand en tand verdedigd tegen alle indringers.
Maar in feite heeft het merendeel van de meest bekende Hooglandclans een totaal andere oorsprong.  De vroege Schotse koningen zouden landerijen geschonken hebben aan Normandische en Vlaamse avonturiers uit het zuiden en onder het bewind van Malcolm de Vierde werd de politiek van het vervangen van oproerige en ontrouwe Keltische clanschiefs door engelstalige opvolgers ten top gedreven.  Aan het einde van de twaalfde eeuw werd bijna het hele ontginbare Schotland beheerd door feodale heren, die bepaalde verplichtingen hadden (onder andere militaire dienst) ten opzichte van de vorst.
In die tijd moest elke landeigenaar verpachten aan zijn naaste familie, die dit proces weer  verderzetten naar de eigen afstammelingen.
Zo deed ook de Fraserclan.  Een Normandische ridder met de naam "Frizel" bracht de naam naar Schotland. Zijn afstammelingen speelden een heldhaftige rol in de veertiende eeuwse onafhankelijkheidsoorlogen (Wars of Independence).  Als beloning kregen zij landerijen in Buchan en werden zij de "Lords Saltoun", oprichters van de stad Fraserburgh ("The Broch").  Een jonge clanafdeling verwierf door huwelijken eigendommen in Rosshire en werden in de adelstand verheven; de eerst bekende naam is "Lord Lovat de Eerste".
In die tijd waren de Frasers een zuiver Keltischsprekende Hooglandclan (in tegenstelling tot hun Gordon-buren).  Momenteel behoort de naam Fraser bij de meest voorkomende in de streek rond Inverness.  De naam kwam er waarschijnlijk nog meer voor in de achttiende eeuw, toen de clan een leger van 600 soldaten kon mobiliseren voor de slag bij Culloden (nabij Inverness).  Bij deze slag kregen de onfortuinlijke Frasers de volle laag van hun opeenvolgende belagers.

Beginletter G

GIBSON

Gilbert is een van de tweeledige Germaanse voornamen, waarvan de naam op zich nergens op slaat.  Over elk woord apart is er wel een zinnige uitleg, namelijk “gijzelaar” en “levendig”. Omdat men bijna altijd op oorlogspad was werden  in die tijd werden beide woorden veel samen gebruikt.  De naam heeft een Normandische oorsprong  en werd in Schotland een populaire voornaam.  De jongere broer van dichter Robert Burns droeg onder andere deze naam, die wel eens werd samengetrokken als “Gib”.
Als familienaam kwam de naam in Engeland voor als “Gibbs” en “Gibbon”.  De Schotse afgeleide als familienaam van de voornaam Gilbert is Gibson.  Je treft de naam echter nergens in de Laaglanden aan.  MacGibbon vind je wel terug in de Hooglanden.  De afgeleide MacGilbert is zo goed als uitgestorven.

  

GILCHRIST

De vroege Hooglanders hielden van religieuze benamingen en gaven hun kinderen, uit verering dan ook wel eens namen die verwezen naar hun religie.  Het meest bekende woord om dit idee vorm te geven was “gille”, wat “dienaar” of “jongeman”.  De naam “Gilchrist” betekent dan ook “volgeling of dienaar van Christus”.  In Schotland tref je veel van deze “gil-” namen aan.
Uit verering voor een bepaalde heilige zijn er in Schotland onder andere de namen:  Gilbride (St. Brigitta), Gilfeather (St. Petrus), Guilfoyle (St. Paulus), Gillanders (St. Andreas, Gilfillan (St. Fillan), Gillan of Gilzean (St. Johannes) en Gilmartin (St. Martinus).
Het Keltische woord voor Jesus is “Iosa”, waar de naam “Gillies” uit voortkomt.  “Moire” is de “Maagd Maria”, die de familienaam “Gilmour” gaf.  “Gillespie” betekent “dienaar van de bisschop”.  Gilroy en Gilruth hebben geen religieuze betekenis,  maar zijn anglicismen van “gille ruath’ (roodharige knaap).

 

GORDON

Sir Adam van Gordon (een plaats in Berwickshire) kreeg van Robert the Bruce de heerschappij over Strathbogie in Aberdeenshire toegewezen.  Door de zwakheid van de centrale regering in de Vroege Middeleeuwen, was het uiterst belangrijk voor de Kroon om sterke vertegenwoordigingen te hebben in de regio.  Wat de Campbells betekenden door de zuidwestelijke Hooglanden, betekenden de Gordons voor het noordoostelijke regio.  Zo werd het graafschap Huntly al snel een hertogdom als beloning voor de niet altijd even onbaatzuchtige diensten van de Gordon familie. 
Een andere tak van de familie (men kan het geen clan noemen), de Gordons van Haddo, werden de Graven van Aberdeen .
De Gordons zijn eerder interessant als familie dan als clanafstamming.  Hun almacht in het noorden hadden ze niet verkregen als patriarchale chiefs, maar als landeigenaars.  Het lordschap van Badenoch maakte van de Gordons feodale heersers over de bewoners van de Boven-Spey vallei.  De verwantschapsbanden maakten echter dat deze door en door Keltische clangenoten de overheersende Gordons trotseerden en hun eigen MacIntosh en MacPherson chiefs volgden toen ze inzagen dat de Gordons niet meer waren dan stromannen van de regering.
De Eerste Graaf van Huntly wordt verondersteld de basis te zijn van zijn “clan”.  Door geschenken uit te delen in de vorm van meel, bekwam hij dat velen als dank de naam Gordon gingen dragen.  Deze volgelingen noemde men de “Bow” o' “Meal” Gordons om hen te onderscheiden van de moederstam.

 

GRAHAM

 

Deze naam heeft een pure Angelsaksische oorsprong en is afgeleid van “graeg ham”, wat “grijs huis” betekent.  Deze naam kwam voor in het “Domesday book”, het historisch kadaster van Willem de Veroveraar.
William de Graham vergezelde David de Eerste naar Schotland bij zijn terugkeer van Engeland en zijn familie werd zeer bekend tijdens de Onafhankelijkheidsoorlogen (Wars of Independence).
We gaan hier niet de exploten uit de doeken doen van de grote Montrose of van Claverhouse (beide waren Grahams en trouwe aanhangers van de Koninklijke zaak in de zeventiende eeuw), maar we moeten toch het volgende vermelden: 
James Graham, 3de Hertog van Montrose, was als parlementslid in 1782 verantwoordelijk voor het afschaffen van de beruchte wet, waardoor het dragen van de Hooglandkledij gelijk gesteld werd met  een crimineel feit (wet van 1747).
De Grahams waren geen Hooglandclan, maar een Laaglandfamilie, die vele takken had in Menteith, Drymen, de Borders en in Angus.
De Romantische, maar onjuiste spelling "Graeme" schijnt te zijn geïntroduceerd in de zestiende eeuw door de geleerde George Buchanan.

 

 

 

GRANT

 

Deze bijnaam (oorspronkelijk “Le Grand” - de grote) hoorde bij een landeigenaar uit Nottinghamshire, die in de dertiende eeuw gronden verwierf in Inverness-shire.  Deze niet erg typerende start was het begin van de grote clan Grant, met zijn thuisbasis in Strathspey, met vertakkingen in Glenmoriston en Aberdeenshire.  De Grant landerijen werden opgewaardeerd tot een koninklijke waardigheid na de “Glorious Revolution” van 1688, toen Sir Ludovic Grant van Freuchie een modeldorp bouwde, dat heden ten dage Grantown-on-Spey heet.
Niettemin dat de Grant chiefs tegen de Jacobieten waren, verloren ze toch hun erfelijke jurisdictie (net als de ander clanchiefs) in 1747.

 

  

 

GRAY

 

Wordt aan gewerkt

 

GUNN

Wordt aan gewerkt

 

 

 

 

Beginletter H

HAMILTON

Hambledon betekent “kromme heuvel” en verschijnt als plaatsnaam in Hampshire, Surrey en Dorset., met de varianten Hambleton en Hambleden in andere Engelse graafschappen.  Wat ook zijn exacte woonplaats weze mag, er was in ieder geval een zekere Walter Fitz Gilbert de Hameldone die eigendommen bezat in Renfrewshire tijdens de Onafhankelijkheidsoorlogen.  Voor de betoonde diensten voor de Bruce werd hij rijkelijk beloond door de Comyn landgoeden in Lanarkshire ten geschenke te krijgen, eigendommen die zijn naam kregen, net als de moderne stad “Hamilton”.
Als resultaat van een huwelijk met iemand van het koningshuis in 1474 werd de 2de Lord Hamilton “Graaf van Arran”, zijn opvolger werd “Markies van Hamilton” en de 3de Markies werd de eerste “Hertog van Hamilton”.

 

HAY

De naam heeft geen uitstaans met gedroogd gras, maar is afgeleid van een plaats in Normandië, genaamd “La Haye” (wat op zich weer afgeleid is van “haie”, wat “haag” betekent.
De eerste persoon met deze naam in Schotland was William de Haya, die eigendommen verkreeg in Errol (Carse of Gowrie) van William the Lion bij het einde van de twaalfde eeuw.
De familie steeg snel in achting, waardoor er weldra hoge functies door hun leden bekleed werden, zoals deze van “Lord van Errol” en “Lord High Constable”.
Andere takken vande familie hadden dan weer de graven van Kinnoull en de Markies van Tweeddale bij hun nazaten.  De clan Hay heeft haar hoofdkwartier in Delgatie Castle.
De naam behoort nog bij de meest bekende van Schotland.  Omdat er geen andere taalkundige oorsprong van het woord “Hay” is, mogen we er rustig van uitgaan de de huidige Hays allemaal afstammen van de Normandische advonturiers.

 

HENDERSON

De naam Henry is reeds sinds lang een populaire voornaam en verschijnt in deze vorm in Schotland ook als familienaam., in het bijzonder in Ayrshire en Fife.  De oorsprong van het woord is terug te vinden in de Oud -Duitse “heim reich”, wat zoveel betekent als “baas in huis”.
Het verschijnt ook inde vorm Henryson (de naam van een van de grootste Middeleeuwse dichters.  Omdat in de Schotse taal de letter “d” regelmatig wordt bijgesleept, verkregen we de namen Hendry en Henderson.
De Hendersons waren nooit een clan in strikte betekenis, maar er zijn drie verschllende familietakken.  De meest bekende is Henderson of Fordell in Fife (de eerder naam was Henryson en kwam van Dumfriesshire).
In het verre noorden had een clanhoofd van de familie Gun een zoon, die de basis was voor een Henderson familie in Caithness en er was ook een Henderson sept bij de MacDonalds van Glencoe.
De benaming sept mag niet te pas en te onpas gebruikt worden.  Het is een strikte vorm van bloedverwantschap met de clanchief, evenwel met een verschillende familienaam. 
De Hendersons waren de oorspronkelijke Glencoe stam, maar toen de titel van chief werd toegewezen aan een erfgenaam met een andere naam (MacDonald), verkreeg deze een waardige plaats in het clanleven.
De Hendersons van Glencoe zijn ook bekend onder hun Keltische naam “MacEanruig”, met de moderne vorm McKendrick.
In de lage landen zijn er namen met dezelfde betekenis, o.a. Henkens, Henckens, Heinkens, Heineken, Heinkens, Heyndricks, Heindriks, Hendrix, Hendrikx, Hindrikx enz...., die allemaal betekenen: zoon van (nog duidelijk in de "ens" vorm bij "Henkens" -  "ens" is hetzelfde als "soons" of "zoon van")... Hendrik, Hender, Hein.
Om bovenstaande reden heb ik gekozen voor de Henderson tartan.

 

HERD

 

In landelijke gebieden van Schotland betekent dit woord eerder “herder” dan “kudde”
In vroegere tijden, toen er niet zo veel hagen waren en hekwerk onbestaande was, was de enige mogelijkheid om de dieren te hoeden en te beschermen tegen aanvallers, iemand aan te werven om ddeze taak uit te voeren.  De herder had een vitale taak, wat ons de familienamen Herd en Hird opleverde.
Er waren verschillende kuddes en elke kudde had zijn eigen herder.  De familienaam Shepherd is de meest bekende naam in dit verband.  We hebben ook nog de naam Coward (koe-herder), maar dit is eerder ongebruikelijk.  Dan waren er ook nog herders van kalveren (Calvert), van ossen (“stod” in het Engels, wat de naam Stoddart opleverde), van veulens (“colt” - Coltart en Coulthard), van varkens (“hog” - Hoggart) en van hamels (gecastreerde rammen, “wether” - Weatherhead).
De meeste van deze beroepen zijn tegenwoordig verouderd, maar deze familienamen zijn een blijvende herinnering aan het Schotland van weleer.

 

 

 

HUGHES

 

Normaal wordt aangenomen dat deze naam Welsh van oorsprong is, met een grote verspreiding in Engeland.
Niettegenstaande dit behoort de familienaam Hughes tot de meest voorkomende in Schotland.
Hughes betekent: zoon van Hugh en is verwant met “Hugo”..  Het stamt af van het Oud-Duitse “hugu”, wat “hart” of “geest” betekent.  De typische Schotse spelling van Hugh is Hew met de afgeleiden Hewitt, Howat en Howie, allemaal vertrouwde Schotse namen, maar niet zo verspreid als Hughes.
De oude Franse vorm van Hugh was Huchon, in het Schots (verkeerdelijk) uitgesproken als Hutcheon.  Hier stammen dan weer de namen Hutchinson en Hutcheson van af, met de Hooglandvorm MacCutcheon.
Hierdoor betekent MacCutcheon precies hetzelfde als Hughes, maar McHugh is verschillend, want dit is afgeleid van het Ierse “zoon van Aodh” (zie ook MacKay).

 

 

 

Beginletter J

JAMESON

Alhoewel dat de naam James de voornaam was van zeven koningen van de Stewartdynastie en veel gebruikt werd als doopnaam, kunnen we deze naam niet definiëren als een achternaam.  De naam komt veel voor in Amerika en Engeland.  Jameson (uitgesproken als “Jimmie-son”) is de Schotse vorm en komt veel voor in Bute en in het Westen van Schotland en dit sinds vroege trijden.  Een andere spelling is Jamieson.  De Hooglandvorm MacJames bestaat ook, maar is weinig voorkomende heden ten dage.  De Keltische vorm van James is Seumas en meer familiair Hamish, maar in deze schrijfwijze niet als familienaam.

 

JOHNSTON

In de middeleeuwen was de stad Perth gekend als St.John’s Town of St. Johnston en veel inwoners namen deze naam over als familienaam.  Nadat de clan Gregor vogelvrij was verklaard hebben veel MacGregors van Perth hun “ongelukkige” naam veranderd in Johnston.
Er zijn ongetwijfeld nog ander steden of hofstedes, beheerd door iemand met John als voornaam, waarvan de in(be)woners diens naam aanpasten als familienaam, zoals de Borderfamilie Johnstone, die de naam van hun parochie in Dumfriesshire aannamen.  Nog een totaal verschillende familie van Johnstones beheerde gronden in Strathspey.  Niettemin John de meest populaire voornaam was in het middeleeuwse Schotland, is de naam weinig voorkomend in de Noordelijke grensstreek (Borders).  De Keltische vorm van John is Ian, maar wie heeft er ooit gehoord van de naam “Iansons”?  Ondanks het feit dat MacIan the "chief"-naam was van de MacDonalds van Glencoe, verkreeg deze als familienaam weinig bekendheid.  Van een kleine MacIans- clan op het schiereiland Ardnamurchan werden in de zeventiende eeuw al hun voorvaderlijke bezittingen ontnomen door de Campbells, zodat ze noodgedwongen de "criminele toer" op moesten, waardoor ze hun clannaam moesten prijsgeven.  Sommigen onder hen vestigden zich in Lochaber and noemden zich Johnstones (niet Johnsons, wat taalkundig correcter zou geweest zijn).

 

Beginletter K

KELLY

Deze naam bevindt zich tussen de vijftig meest voorkomende in Schotland.  Kenschetsend is ook dat het de tweede meest voorkomende Ierse familienaam is.
De meerderheid van de Schotse Kelly's is oorspronkelijk van Ierse afkomst.  Niet allemaal echter, want er zijn gronden van Kellie in Fife en in Angus.  Deze naam komt van het Keltische "coille", wat woud betekent.  Sommige dragers van deze naam komen dan ook de streek van Fife en Angus.  Zo was er bijvoorbeeld een John van Kelly, die abt was van de abdij van Arbroath in 1373.  De Ierse versie van deze naam is "O Ceallaigh", wat "kind van de oorlog" betekent.
Veel Ierse familienamen zijn zo gebruikelijk in Schotland dat ze genaturaliseerd zijn (zoals Docherty en Gallacher).  Andere, zoals Kennedy, weerspiegelen het feit dat de Schotten en de Ieren een gemeenschappelijk taalkundig erfgoed hebben.  De Ierse immigratie kwam om gang in de late achttiende eeuw en kende een hoogtepunt tijdens de aardappelschaarste in 1840.  Nooit was er een grotere toevloed van buitenlanders als toen.  Zelfs de Italiaanse immigratie in het begin van de twintigste eeuw was maar een fractie van hetgeen rond 1840 gebeurde.  Ondanks dit heeft elk Schots dorp toch sindsdien zijn Italiaans ijssalon of visrestaurant, maar geen enkele Italiaanse familienaam heeft in Schotland echt voet aan de grond gekregen.  Opeenvolgende immigraties laten ongetwijfeld sporen na, maar het is toch ongewoon dat de namen Novak en Patel ooit zo familiair worden in Schotland als Kelly en Docherty.


KENNEDY

Wordt aan gewerkt

 

KERR

Wordt aan gewerkt

KING

Wordt aan gewerkt

Beginletter L

Wordt aan gewerkt

Beginletter M

Wordt aan gewerkt

Beginletter N

NICOLL

Afgeleid van Nicholas, een persoonsnaam naar Brittannië gebracht door de Noormannen.  De oorsprong is Grieks en betekent: "zegevierend volk".  Van alle afgeleiden van Nicholas zijn de meest voorkomende Nicol, Nichol en Nicoll.  Ze verschenen overal te lande vanaf de 16de eeuw.  De Engelse vormen Nicholls en Nixon vond je niet in het middeleeuwse Schotland.  De Hoogland- tak van de familie heeft de namen MacNicol en Nicolson min of meer afwisselend gebruikt.  Al zeer vroeg vestigde zich deze tak in de noordwestelijke Hooglanden.  Alhoewel de bezittingen veelal overgingen naar de MacLeods, vind je toch frequent de originele namen op het eiland  Skye.  Sheriff Nicolson van Portree was de naamgever van enkele Cuillin bergpieken in de 19de eeuw.  De Nicolsons van Lasswade, Midlothian, waren een oude ridderfamilie in de 17de eeyw.  Een 18de eeuwse Sir William Nicolson huwde vier keer en verwierf het vaderschap over 23 kinderen, die allen de naam Nicolson droegen.  Deze man (en zijn respectievelijke vrouwen) heeft  zeker zijn steentje bijgedragen tot de verspreiding van de familienaam!

 

beginletter O

OGILVIE

De betekenis is hetzelfde als in het Brythonische "Ochil", wat "zeer eenvoudig" betekent.  Ogilvie of "Ocel Fa", zoals de oorspronkelijke naam luidde, was een Pictische provincie in Angus (er bestaat nu nog een Glen Ogilvie bij Glamis) en de eigendommen behoorden tot Gillebride, tweede zoon van de graaf van Angus.  Gillebride "vernoorste" zijn naam tot Gilbert en nam als nieuwe familienaam de naam van zijn eigendommen.
De familie had sheriffs van vader op zoon in Angus.  Eén ervan werd gedood bij de Red Harlaw in 1411.  De afstammeling werd Lord Ogilvie van Airlie in 1491 en een eeuw later was een graafschap het logische gevolg.  Steeds een royalistische familie zijnde, voorzagen de Ogilvies in 1745 de koning van een regiment onder het commando van de jonge zoon van de 4de graaf.  Van de 600 ingeschreven manschappen droegen er 23 de familienaam Ogilvie.  Andere namen van soldaten waren Edward, Anderson, Smith en Robertson, namen die nog steeds domineren in Angus, waar de Airlie- landerijen zich bevinden.

 

Beginletter P

PATERSON

Patrick was een populaire kristelijke naam, zowel in Schotland als in Ierland.  Paterson is één van de 25 meest populaire namen in Schotland.  De spelling met één "t" is meer voorkomend in Schotland, de dubbele "t" vind je meer terug in het noorden van Engeland.  In de karakteristieke Schotse uitspraak wordt de "t" meestal niet uitgesproken.  De meest voorkomende afgeleide naam van Patrick is Pate (is ook een Schotse achternaam), wat leidde tot Paton, een ooit veelgebruikte familienaam in Usan, een dorp in Angus.
Paton, oorspronkelijk een Laaglandse kristelijke naam, stak de Hooglandgrens over om populair te worden bij de Gaelic sprekende provincies.  Het nam daar de vorm MacFadzean aan, een goed voorbeeld van een "Mac"- achternaam die geen clannaam is.  Andere voorbeelden zijn MacRobbie, MacWattie en McGibbon, namen die hun oorsprong hadden in de Laagland-/Hooglandgrensstreek, waar de Laaglandnamen aanhoord werden door Gaelicsprekende Schotten.  De naam Patrick zelf werd Padruig in het Gaelic.  "Zoon van Patrick" verschijnt in de iets rare spelling van "McFetridge" of "MacPartridge" een eigenaardigheidje, vergelijkbaar met "MacCambridge" , een poging om "zoon van Ambrose" aan te duiden.

 

PATTULLO

Wordt aan gewerkt

Beginletter R

Wordt aan gewerkt

Beginletter S

Wordt aan gewerkt

Beginletter T

Wordt aan gewerkt

Beginletter U

Wordt aan gewerkt

Beginletter W

Wordt aan gewerkt

Beginletter Y

Wordt aan gewerkt